Prinsenveld

Prinsenveld

10 ha soortenrijk grasland

Het Prinsenveld is gelegen in het noordoosten van de gemeente in Hofstade en het grenst aan één zijde aan het het Blosodomein. Het gebied is eigendom van het OCMW-Mechelen en het is een tiental hectaren groot. Sinds 2006 wordt het gehuurd door Natuurpunt.

 

Het Prinsenveld is sinds 1976 beschermd als landschap, omwille van de natuurlijke rijkdommen van het gebied. De graslanden worden doorsneden door grachten en bomenrijen en ook groepen struiken zijn aanwezig. Bijzonder zijn ook de eeuwenoude rijen knoteiken, die zich vooral aan de randen bevinden.

 

Het zacht glooiend reliëf zorgt voor heel wat variatie in de weiden. Op de hoger gelegen zandige delen liggen schrale en dorre graslanden Daarnaast komen glanshaverhooilanden voor en in de natste delen worden moerassige tot natte zones aangetroffen.

 

Voor de klassering in 1976 werden heel wat inventarisaties uitgevoerd Zo vond men o.m. wederik, bitterzoet, kattestaart, wolfspoot, glidkruid, moerasspirea, valeriaan, koninginnenkruid, en in de natste delen egelboterbloem, kleine ratelaar, hazenzegge en tweerijïge zegge.

 

Meerdere merkwaardige vogelsoorten werden hier waargenomen, zoals kievit, steenuil, ransuil, veldleeuwerik, boompieper, graspieper, grauwe klauwier, klapekster, grauwe vliegenvanger, roodborsttapuit, nachtegaal en geelgors. Op dit ogenblik zijn de meeste van deze soorten echter verdwenen.

 

Het gebied wordt nu beheerd door Natuurpunt, met de bedoeling de vroegere ecologische waarden zoveel mogelijk terug te krijgen en het landschap te herstellen in zijn oorspronkelijke vorm.

 

Belangrijke bedreigingen zijn de verbossing en de verruiging van de graslanden. In 2006 werd het geheel een eerste keer gemaaid door een werkploeg van Natuurpunt, om de grote oppervlakten van o.m. ridderzuring, pitrus, kruipende boterbloem en andere weinig waardevolle planten terug te dringen. Het effect hiervan was bij het uitgroeien in de lente onmiddellijk duidelijk: er verscheen een veel grotere diversiteit in de plantengroei.

De daarop volgende jaren werd gemaaid en gehooid worden door een landbouwer. Door maaien kan de nodige verschraling verkregen worden, zodat opnieuw kansen gecreëerd worden voor interessantere plantensoorten. Vanaf augustus wordt de weide door een twintigtal koeien begraasd.

 

Om meer variatie in de structuur van de vegetatie te verkrijgen zal ook nabegraasd worden met runderen. Omdat de vroegere afsluiting op meerdere plaatsen onderbroken was en heel wat delen ervan in zeer slechte staat, werd geopteerd voor een totaal nieuwe omheining, die eveneens door een werkploeg van Natuurpunt werd aangebracht.

 

Het opzet van gans hele project is het herstellen van een waardevol natuurgebied in dit deel van de gemeente, waar ook elke voorbijganger zal kunnen genieten van de mooie landschappelijke elementen die er aanwezig zijn.

 

Knoteiken

 

EEN CURIOSITEIT IN ONZE STREEK

 

Samen met het Regionaal Landschap Groene Corridor wil Natuurpunt Zemst de 80 knoteiken op het Prinsenveld (Molenheide, Hofstade) terug als knotbomen gaan beheren. Zo willen we er de landschapsbepalende eikenrijen vrijwaren én het cultuurhistorisch knotgebruik in ere herstellen.

 

Knotwilgen kennen we wel, maar knoteiken? Nochtans is het principe erachter hetzelfde. Knotbomen zijn bomen met een opgaande stam van 1,5m à 2m, waarbij boven op die stam periodiek de daar groeiende takken, ‘de pruik', worden geoogst. Door telkens weer het vormen van wondweefsel na snoeien, ontstaat op die hoogte een verdikking of knot van waaruit nieuwe scheuten groeien. Naast wilgen en eiken vinden we ook geknotte essen, populieren, elzen en haagbeuken.

 

De knotboom is een cultuurboom, gevormd door de mens omwille van het gemakkelijk oogstbare hout, periodiek geleverd zonder dat de boom verdwijnt. Afhankelijk van boomsoort en dikte kende het hout verschillende toepassingen: brandhout, geriefhout (bv. gereedschapsstelen, bonenstaken, klompen, hekken, palen). De 1-jaarstwijgen waren geschikt voor allerlei vlechtwerk, bv. manden.

 

Knotbomen komen vooral voor als lijnen in het landschap. Ze vormen de afscheiding langs wegen, velden en percelen. Naast hun historisch gebruik zijn knotbomen dan ook visueel van groot belang in ons landschap. Ze geven diepte aan het landschap, benadrukken lijnen en omkaderen zichten. Ook hun ecologische waarde is groot. Vele knotbomen zijn hol en vormen voor heel wat kleine dieren en planten een ideale schuilplaats: vogels broeden er, vleermuizen vinden er een slaapplaats, het wemelt er van de insecten, paddenstoelen, mossen, varens, ... Als klein landschapselement vormen ze dan ook een belangrijke schakel in het groene netwerk in ons cultuurlandschap.

 

Door veranderd landgebruik (bv. grootschaligere landbouw, uitbreiding woonkernen) zijn echter heel wat knotbomen verdwenen. Bij diegene die wel overleefden, blijft vaak onderhoud achterwege. Het hout verloor immers zijn gebruikswaarde en het kapwerk blijkt vandaag te tijdrovend en te arbeidsintensief. Hierdoor wordt de pruik echter te zwaar en scheuren knotbomen open of vallen ze onder het gewicht. Daarnaast vond er de laatste jaren ook nauwelijks aanplant van nieuwe bomen plaats, waardoor de knotbomenpopulatie ‘vergrijst' en langzaamaan verdwijnt.

 

Knoteiken komen niet overal in Vlaanderen voor. Ze verkiezen eerder vochtige, zandige gronden en maakten dan ook maar op die plaatsen deel uit van de vroegere landbouwcultuur. De grootste concentraties knoteiken, getuigen van dat oude landgebruik, zijn te vinden in het Hageland en in de Lage Kempen. In het werkingsgebied van RLGC zijn knoteiken eerder een zeldzaamheid. Naast de knoteiken van het Prinsenveld, zijn enkel nog een aantal knoteiken op het Schom, eveneens Zemst, ons bekend.

 

 

Door gefaseerd het achterstallig knotbeheer weg te werken, nieuwe eiken te planten en het reguliere knotbeheer (8 à 10 jaar) terug op te nemen, willen RLGC en Natuurpunt Zemst deze landschapsbepalende knoteiken en hun cultuurhistorisch knotverhaal bewaren en versterken.

 

 

info nodig: mail naar info@natuurpuntzemst.be