Pimpernelgraslanden van Zemst

Pimpernelgraslanden van Zemst

kleurrijke en soortenrijke waardevolle graslanden

De pimpernelgraslanden van Zemst bestaan uit een aantal dichtbij elkaar gelegen weilanden op de grens van Elewijt en Weerde.

 

De eerste weide kochten we aan in 1998. Tussen de omliggende weilanden viel dit perceel ons onmiddellijk op. Er bloeiden een aantal grote pimpernelplanten (Sanguisorba officinalis). Vrij uitzonderlijk in Vlaanderen, want buiten de vallei van de Mark in Hoogstraten en Pikhakendonk in Boortmeerbeek, tref je de soort nergens meer aan.

 

Een aantal jaren later konden we in de buurt een verlaten paardenweide kopen. Deze weide is wat droger dan de eerste en ook daar kwam grote pimpernel voor.

 

Weybeemd 1 en 2 kennen sindsdien hetzelfde beheer. Een vroege maaibeurt eind mei - begin juni en een tweede maaibeurt eind oktober. Door dit beheer groeide het aantal planten grote pimpernel gestaag.

 

Omdat grote pimpernel een "Europese Habitatrichtlijnsoort" is, wordt het beheer van onze weilanden afgestemd op deze plant. Daar genieten de begeleidende soorten ook van. Onze pimpernelgraslanden evolueren zo naar soortenrijke graslanden.

 

Grote Pimpernel

De grote pimpernel is een hoge bossig vertakte zomerbloeier met een kruipende, vlezige wortelstok en gegroefde stengel. Het is een sierlijke plant met donkerrode ronde aren. De rechte bloemstengel kan anderhalve meter lang worden. De bladeren zijn geveerd en iets blauwachtig van tint. Door de bloedrode kleur van de bloemhoofdjes had grote pimpernel zijn weg naar de volksgeneeskunde. De plant werd gebruikt als bloedstelpend middel voor zowel in- als uitwendige bloedingen.

 

De grote pimpernel is een plant met Europees belang. Pimpernelhooilanden zijn een zeldzaam en bedreigd natuurtype in Europa. Niet voor niets werden ze in de Europese Habitatrichtlijn opgenomen.

 

Het Pimpernelblauwtje

De levenscyclus van deze dagvlinder is een wonder op zich. Zoals de naam het al laat vermoeden is het leven van deze vlinder onlosmakelijk verbonden met de grote pimpernel. In het midden van de zomer (eind juli / begin augustus) worden de eitjes afgezet op groene bloemhoofdjes van de pimpernel. In principe wordt er slechts één eitje per bloemhoofdje gelegd. Het kleine rupsje zal het hoofdje van binnenuit volledig kaalvreten.

 

Na drie tot vier weken verlaat het diertje de waardplant en blijft op de grond liggen terwijl het een zoete vloeistof afscheidt. Eén bepaalde mierensoort (Myrmica scabrinodis) komt op dit ‘snoepje’ af en draagt het naar zijn nest. In het mierennest blijkt dit pakje zich wel zeer vreemd te gedragen, want het begint zich te voeden met mierenbroed en groeit zo uit tot een volwassen rups. Ongeveer in het midden van de volgende zomer verpopt de vlinder zich en kruipt… een tijdje later … uit het nest van het gedupeerde mierenvolk.

 

Het zeer gespecialiseerde leven van dit blauwtje, maakt het ook zéér kwetsbaar. De hooilanden waarop grote pimpernel voorkwam werden jaarlijks tweemaal gemaaid, de eerste snede begin juni en een tweede maal in september. Tussen deze twee maaibeurten in speelde zich het bovengrondse leven af van het pimpernelblauwtje.

 

In de naoorlogse periode werden de natte hooilanden steeds minder belangrijk voor de landbouwers. Door mechanisatie en het gebruik van kunstmest was het ook mogelijk hooi te produceren op hoger gelegen gronden en de hooilandcultuur verdween. De oorzaken voor het plotse instorten van deze populatie laat zich dan ook raden: Door het vroeger of later maaien waren er op het juiste tijdstip geen groene bloemhoofdjes aanwezig of werden de rupsen gewoon mee tot hooibalen geperst. In vele gevallen verdwenen de hooilandvegetaties door drainage, bemesting en ploegen. Het veranderende maairegime had ook een zware impact op het mierenleven, onder andere door de verruiging en de vermindering van het zonlicht dat kon doordringen tot op de bodem.

 

In de jaren 70 werd, naar wordt gezegd, het laatst pimpernelblauwtje in Vlaanderen, hier in de buurt van Eppegem gevangen.

 

In Nederland kon het pimpernelblauwtje opnieuw succesvol geïntroduceerd worden. In Vlaanderen ligt nog heel wat werk voor de boeg voor het zover is: eerst opnieuw voldoende pimpernelhooilanden en grote pimpernel.

 

Het beheer

Met een aangepast beheer slagen we erin het aantal planten jaar na jaar te laten toenemen. Op de nabijgelegen Rubenswei en Hauwland staan slechts enkele planten.

 

Het beheer dat al een aantal jaren wordt uitgevoerd is niet alleen gunstig voor de grote pimpernel, ook planten zoals knolsteenbreek varen er wel bij.

 

Weybeemd 1 heeft in winter dikwijls te kampen, met overstroming en stagnerend water. Weybeemd 2 is iets hoger gelegen en heeft duidelijk minder last van water.

 

De Rubenswei is vrij gevarieerd en hoewel opgehoogd, op sommige plekken relatief vochtig, op andere wat droger. In het voorjaar is knolsteenbreek de blikvanger, later op het seizoen zwaait margriet de boventoon. Verheugend is ook de aanwezigheid van heelblaadjes, brede wespenorchis en grote keverorchis. Verrassend kan zeker het voorkomen van de jaar na jaar terugkerende kievitsbloem genoemd worden. De grote pimpernel situeert zich in de rand, hoewel er ook dieper op het terrein planten werd waargenomen.

 

Ook Knolsteenbreek blijft het goed doen, op de twee droogste terrreinen.

 

De gestage verschraling door het hooilandbeheer met een tweejaarlijks maairegime en met afvoer van hooi bevoordeelt de handhaving en uitbreiding van zowel Grote pimpernel als Knolsteenbreek.

 

 

info nodig: mail naar info@natuurpuntzemst.be