Kollinten - Bos-van-Aa

Kollinten

43 ha nat, natter, natst

Een beetje afgelegen, weg van de drukke wegen, tussen de velden de weiden, ligt een pareltje natuur, genaamd "Kollinten"

 

Ooit deel van een aaneengesloten boscomplex tussen Vilvoorde, Mechelen en Willebroek, nu een 43 hectare groot restant, dat barst van de natuurpotenties. Orchideeën, éénbes, slanke sleutelbloem, waterviolier, bosanemoon en speenkruid getuigen hiervan.

 

Natuurgebied "Kollinten" is gelegen tussen de vroegere zandwinning in het Bos-van-Aa en de dorpskom van Zemst-Laar. Het is een aaneenschakeling van bos, hooilanden, poelen en een onkruidakker, doorsneden en gevoed door de levensader van het gebied: de Laerebeek.

 

Ondanks de aanplant van Canadapopulieren, heeft het bos van Kollinten een natuurlijke soortenrijkdom kunnen behouden. Dit is vooral te danken aan de Laerebeek, die als een vrij natuurlijke beek door het bos slingert en in de winter het hele gebied onder water zet. Deze natuurlijke overstromingen hebben er voor gezorgd dat de populieren ziek en werden en afstierven, waardoor licht en plaats vrijkwam voor de oorspronkelijke boom- en plantensoorten in het gebied. We denken dan vooral aan es, els en olm.

 

De flora trekt ook fauna aan, zoals ree, ijsvogel, kleine bonte specht, houtsnip, bunzing en honderden vlinders en libellen. Onder water vinden we salamanders en kikkers, grote geelgerande watertor, drie- en elfdoornig stekelbaarsje en nog veel meer.

 

Aangepast cultuurhistorisch natuurbeheer (hooien, aanleg van poelen, hakhoutbeheer,…) zorgt ervoor dat de aanwezige natuurpotenties zich in volle glorie zullen kunnen ontplooien. Een permanente en vrij toegankelijke wandelweg maakt het voor de omwonenden en alle andere wandel- en natuurliefhebbers mogelijk op elk moment de Kollinten op hun ééntje te ontdekken.

 

Meer weten en zien?

 

Regelmatig gaan er geleide wandelingen door in het gebied.

Raadpleeg hiervoor de kalender op de website van onze buurafdeling kanaalregio-bos-van-aa

 

Hoge laarzen zijn noodzakelijk na regenweer en aanbevolen gedurende heel het jaar.

 

Het traject is niet geschikt voor kinderwagens en rolstoelen

 

Kollinten: situering en biotopen

 

Op de Ferraris-kaart daterend van rond 1770 zien we dat het Kollintenbos toen ook reeds bos was, evenals het Gravenbos een paar kilometer verder. Dat het in Kollinten om een oud bos gaat blijkt vooral uit de plantenrijkdom die we er nu nog vinden: soorten als bosanemoon, slanke sleutelbloem, éénbes gedijen alleen op minstens 250 jaar oude bosgronden.

 

Rond 1850 werd er veel bos gekapt ten voordele van de landbouw. Dat sommige stukken toch als bos achterbleven danken we aan hun natte karakter, waardoor ze voor de landbouw niet geschikt waren.

 

Situering van het gebied in de omgeving

 

Als we de ruime omgeving van Kollinten bekijken betreft het hier een aangesloten natuurgebied van zo'n 500 ha. Mits er een ander wegdek op de Humbeekse baan zou aangelegd worden en indien daar minder vrachtwagens zouden rijden, zou het gebied zelfs als "Stiltegebied" aangeduid kunnen worden.

 

Even een aantal voorbeelden van verbanden van Kollinten met de ruimere omgeving.

 

Op een afstand van 2 km in vogelvlucht ontspringt, in het Kattemeuterbos, de Laarbeek die dwars door het bos loopt. Door een KWZI wordt 70% van het water dat in de beek terechtkomt gezuiverd. Het overige water komt voorlopig ongezuiverd toe vanuit Grimbergen.

 

De Humbeekse baan is de verbinding tussen Grimbergen en Mechelen. Op een open plek in het bos (Laer) ontstond het huidige dorp Zemst-Laar

 

Roofvogels die in het Gravenbos nestelen komen in Kollinten jagen op prooidieren. We vermelden hier buizerd, boomvalk en sperwer.

 

In het Bos van Aa zijn er in de oevers van de zandwinningsputten talrijke nesten van oeverzwaluwen geteld. Deze vogels komen in Kollinten op libellen jagen.

 

Door de zandwinning in het Bos van Aa, werd er wel water onttrokken aan de omliggende gronden, zodat ook in Kollinten verdroging optrad. De laatste jaren is er echter terug een hogere grondwaterstand, zodanig dat het bos bijna 6 maanden per jaar zeer nat is (laarzen zijn tijdens de wandelingen dan ook wel echt noodzakelijk).

 

Verschillende biotooptypes

 

We onderscheiden ongeveer 35 ha bos en 7 ha hooilanden.

 

In het gebied kunnen we volgende biotooptypes aantreffen: oud beekbegeleidend bos (zowel drogere als nattere gedeelten), jong opschietend bos, hooiweiden, natte en droge populierenaanplantingen, boomgaarden (oud en nieuw aangeplantte), enkele poelen en de Laarbeek.

 

Beheer

Aangezien het gebied erkend is, wordt het reeds aangevatte beheer verder gezet, maar worden er ook nieuwe wandelpaden aangelegd, oudere poelen in ere hersteld en nieuwe poelen gegraven.

 

Tot op heden werden de hooiweiden éénn tot twee keer per jaar gemaaid, werd de akker bewerkt en werd de hakhoutcyclus opnieuw gestart. Veel van dit werk gebeurde door de conservator Eddie De Smedt zelf. Het hakhoutbeheer werd door de conservator voorbereid, maar gebeurde in het kader van het project Educatief Natuurbeheer samen met Natuurpunt en de provincie Vlaams-Brabant en met verschillende scholen uit de buurt. Het hakhoutperceel bedraagt ongeveer 1.2 ha, dat in het verleden op deze manier beheerd werd. Samen met de vrijwilligersploeg van de afdeling werd een brug over de Laarbeek geleg.

 

De Laarbeek

Deze beek stroomt dwars door het gebied. Ze behoort tot het stroombekken van de Zenne. In de winter is de beek op sommige plaatsen bijna 100 m breed en vormt dan een natuurlijk spaarbekken. De wijze waarop de beek het bos verlaat lijkt wel een flessenhals want daar verandert de beek terug in een smalle beek.In het bos vinden we een zand-leem bodem. De pH is licht zuur tot basisch. Op sommige plaatsen vinden we komvorming van water met opstijgend grond water en kwel waardoor de pH licht omhoog gaat. Op andere plaatsen is meer ijzer aanwezig of wordt er kalk zichtbaar.Gedurende ongeveer 4 maanden op het jaar staat het gebied onder water. Sommige jaren zelfs meer.

 

Oude graanakker

Naast de landweg ligt een oude akker die nog steeds verder bewerkt wordt als graanakker maar met de klemtoon op de groei van de begeleidende akkeronkruiden en niet op de opbrengst van de met de hand ingezaaide wintertarwe. Deze wintertarwe werd ingezaaid eind september, begin oktober nadat er vooraf gemaaid werd en oppervlakkig geploegd.Tussen de akker en de weg ligt een strook die als wegberm dient en gemaaid wordt.

 

Natte hooiweiden

In het voorjaar vinden we op de weide veel paardebloem en smalle weegbree. Deze hooiweiden worden gefaseerd gemaaid om meer variatie in de vegetatie te krijgen. We treffen op de nattere delen meer naar de Laarbeek toe verschillende zeggen, egelboterbloem, echte koekoeksbloem en moerasvergeet-mij-nietje aan.

 

Nat bos

De populieren op dit stuk (2,3 ha) werden machinaal gekapt worden. De onderbegroeiing, waaronder een mooie struiklaag en een stuk met slanke sleutelbloem, blijven bewaard. De gracht aan de rand van dit bos is in het voorjaar prachtig begroeid met waterviolier.

 

Bos

Het bos op de wat drogere delen, bevat een zeer rijke struikenlaag met sporkehout, lijsterbes, Europese vogelkers, zwarte els, hazelaar, gewone esdoorn, aalbes, framboos, dauwbraam, kardinaalsmuts, rode kornoelje en Gelderse roos.

 

Hakhout

In het open bos zien we boskers, zomereik, gewone es die tot bomen mogen uitgroeien omdat ze toch nog genoeg licht in het bos toelaten voor de kruidlaag. Jaarlijks wordt hier een gedeelte van het hout gehakt. Met de hulp van scholen uit de buurt en in het kader van natuureducatie, wordt het hakhout verzameld. Op de stoven groeien nadien weer jonge loten. Binnen 6 tot 7 jaar zijn ze weer aan de beurt.

 

Kollinten, wordt beheerd door onze collega's van afdeling kanaalregio-bosvanaa. Je kan op hun website terecht voor meer info en de activiteiten kalender.

info nodig: mail naar info@natuurpuntzemst.be